Veel gestelde vragen

Uw vragen omtrent de regelgeving van poorten zijn niet zomaar met ja of nee te beantwoorden
De norm NEN EN 13241-1 is een Europese productnorm die valt onder de Europese Bouwproducten Richtlijn (CPD = Construction Products Directive). De norm is geschreven door en voor de fabrikanten van Garagedeuren en geautomatiseerde poorten. Onderliggende normen worden in de NEN EN 13241-1 aangewezen en zijn daarmee een onderdeel van de NEN EN 13241-1. Eén van de onderliggende normen gaat bijvoorbeeld over de gebruiksveiligheid van een poort. De Europese Bouwproducten Richtlijn is een tot wet verheven Europese richtlijn en fabrikanten zijn verplicht om aan de Bouwproducten Richtlijn en alle aangewezen normen te voldoen.
 
De Machinerichtlijn, die ook van toepassing is en verplicht is en de Bouwproductenrichtlijn verplichten een fabrikant het volgende:

  1. Een gebruikershandleiding opstellen in de taal van de gebruiker.
  2. Een technisch constructiedossier opstellen waarin het type poort omschreven staat die de gebruiker heeft gekocht.
  3. Een risico inventarisatie en evaluatie opstellen van het type poort die de gebruiker heeft gekocht.
  4. Het hebben van een kwaliteitsbewakingssysteem (FPC = Factory Production Control) waarin omschreven staat hoe de herleidbaarheid van een poort geregeld is door de fabrikant. M.a.w. het geteste type moet overeenkomen met uw type poort.
  5. Een test op sluitkrachten die uitgevoerd is door of onder toezicht van een geaccrediteerde instelling (bijvoorbeeld Kiwa, SKG, TÜV, Lloyds etc.). Deze instellingen worden ook wel Notified Bodies genoemd. TNO is overigens geen Notified Body. Op de website van de Raad van Accreditatie www.rva.nl kunt u zien wie er aangewezen zijn voor deze norm.

De eerste vier punten mag een fabrikant aangeven middels een fabrikant eigen verklaring dat hij aan deze voorwaarden voldoet. In geval van calamiteiten kan een derde partij (arbeidsinspectie, voedsel en waren autoriteit of verzekeraar) de gegevens aan de fabrikant vragen. De fabrikant moet deze gegevens dan verstrekken binnen een aantal werkdagen.
 
De test resultaten moet een fabrikant beschikbaar stellen, mede om te laten zien dat de sluitkrachten bij oplevering onder de gestelde waarde blijven. Hiermee kan hij ingeval van aansprakelijkheid aantonen dat hij aan de regels heeft voldaan en dat hij hierop gecontroleerd is.
 
De NHI heeft een keurmerk ontwikkelt waarin alle punten die hiervoor genoemd zijn gecontroleerd worden door een certificerende instelling (veelal KIWA). Hiermee weet de consument dat de bedrijven in ieder geval aan alle regelgeving op het gebied van poorten voldoen.

Is het verplicht om een geautomatiseerde draai- of schuifpoort uit te voeren met een noodstopbediening en zo ja, waar moet deze officieel geplaatst worden ?
Antwoord:
In de Europese wetgeving staat dat een noodstop verplicht is, tenzij men aan kan tonen dat het risico door het plaatsen van een noodstop niet verminderd wordt. De NHI stelt dat een noodstop niet verplicht is.

Is het verplicht om een geautomatiseerde draai- of schuifpoort te voorzien van een optisch (licht of akoestisch) geluid waarschuwingssignaal (bijvoorbeeld zwaailicht) ?
Antwoord: Nee dit is geen verplichting echter het is wel aan te bevelen om een waarschuwingslicht (roterend of knipperend) toe te passen. Een signaal verhoogt de attentiewaarde als een poort in beweging is of in beweging komt is en verlaagt het risico van ongelukken.

Over welke lengte moeten veiligheidslijsten geplaatst worden op schuifpoorten ?
Antwoord: Een veiligheidslijst moet over de gehele hoogte van een poort geplaatst worden als deze poort niet hoger is dan 2500 mm. Als de poort hoger is dan 2500 mm moet de veiligheidlijst vanaf het laagste punt tot een hoogte van 2500 mm werkzaam zijn en daarboven is een veiligheidslijst niet noodzakelijk.

Als een poort een defecte veiligheidslijst heeft en de gebruiker maakt hier melding van, hoe dient een hekwerkfabrikant dan te handelen ?
Antwoord: Als een poort een storing heeft waarbij één van de veiligheidslijsten de storing veroorzaakt dan dient een hekwerkfabrikant de poortautomatisering uit te schakelen. De poort is op dat moment slechts door middel van mankracht te bedienen. Een hekwerkfabrikant maakt een rapport op waarop vermeld staat dat de poortautomatisering is uitgeschakeld en de gebruiker accepteert dit door het rapport te ondertekenen. Als er een storingsvrije lijst gemonteerd wordt kan de automatisering weer ingeschakeld worden. Deze handeling dient te voorkomen dat de veiligheid van de poort niet gegarandeerd kan worden.

Ee n eindgebruiker vraagt om zijn bestaande poort te automatiseren. Kan dit ?
Antwoord: Uiteraard kan een bestaande poort geautomatiseerd worden. Echter, indien een poort niet in een van de typeklassering valt van de hekwerkleverancier dan dient de leverancier een typetest voor dit hek uit te voeren en een nieuwe risicoanalyse en technisch constructiedossier op te stellen. Verder moet een op maat gemaakte gebruikershandleiding opgesteld worden. Na dit alles brengt de hekwerkfabrikant een CE-markering aan. Het bedrijf dat de automatisering aanbrengt is nu volledig verantwoordelijk voor de gehele poort.

Is het noodzakelijk dat een geautomatiseerde poort een CE-markering heeft ?
Antwoord: Ja, vanaf 1995 vallen geautomatiseerde poorten onder de machinerichtlijn en vanaf 2005 is ook de bouwproductenrichtlijn van toepassing op poorten. Een poort moet voor beide richtlijnen een markering hebben. Op het CE-plaatje staat naast het CE-logo de markering. De juiste aanduiding moet zijn: CE volgens de bepalingen van de Richtlijn Bouwproducten (89/106/EC), de Machinerichtlijn (2006/42/EC), de Laagspanningsrichtlijn (2006/95/EC), EMC-Richtlijn (2004/108/EC) en voldoet, voor zover relevant, aan de volgende geharmoniseerde normen: NEN-EN 13241-1, NEN-EN 12453, NEN-EN 12445, NEN-EN 12604 en de NEN-EN 60204.

U heeft de indruk dat een hekwerkbedrijf zich niet aan de wettelijke eisen houdt. Wat moet u doen ?
Antwoord: Indien een bedrijf het HEKMERK-certificaat kan laten zien weet u zeker dat hij aan de wettelijk gestelde regels voldoet. Hij heeft zich hierop heeft laten toetsen door een onafhankelijk bedrijf. Indien het hekwerkbedrijf geen HEKMERK-certificaat heeft dient hij een volledige CE-verklaring af te geven met de onderstaande aanduiding. Daarnaast moet hij in het bezit zijn van een testrapport waarin de sluitkrachtentest en resultaten zijn opgenomen. Dit rapport moet gecontroleerd zijn door een officieel erkende certificatie-instelling. Deze instellingen worden aangewezen door het Ministerie van VROM. CE volgens de bepalingen van de Richtlijn Bouwproducten (89/106/EC), de Machinerichtlijn (2006/42/EC), de Laagspanningsrichtlijn (2006/95/EC), EMC-Richtlijn (2004/108/EC) en voldoet, voor zover relevant, aan de volgende geharmoniseerde normen: NEN-EN 13241-1, NEN-EN 12453, NEN-EN 12445, NEN-EN 12604 en de NEN-EN 60204.

Mogen er sierpunten op een hekwerk geplaatst worden ?
Antwoord: Sierpunten mogen op een hekwerk geplaatst worden mits dit ethisch verantwoord is. In een openbare ruimte of openbaar gebied is het ethisch niet verantwoord om punten op een hekwerk te plaatsen waar op enigerlei wijze letsel opgelopen kan worden. De punten moeten dan worden afgeschermd door een kogel op de punt te plaatsen of een boog van rond staal over de punt te plaatsen. In de regel wordt gesteld dat men hekken die hoger zijn dan 1.85 m gemeten vanaf het hoogst beloopbare niveau van sierpunten mag voorzien.

Ik weet niet of er kabels in de grond liggen. Wie onderzoekt dit zodat de kans op kabelschade minimaal is ?
Antwoord: Vanaf 1 juli 2008 is een bedrijf dat grondwerkzaamheden uitvoert (graven of heien) verplicht om te onderzoeken of er kabels aanwezig zijn op de plaats waar gegraven wordt. Dit valt onder de WION-wetgeving (Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten). Een hekwerkbedrijf of grondverzetbedrijf moet melding maken van zijn werkzaamheden en krijgt alle tekeningen van de netwerkexploitanten toegestuurd waarna hij de tekeningen controleert op de aanwezigheid van kabels. De resultaten van het onderzoek moet op de locatie van graven of heien aanwezig zijn. De kosten die dit onderzoek met zich meebrengen plaatst een hekwerkfabrikant apart in zijn offerte. Hij is verplicht om deze kosten te vermelden en door te berekenen.

Mijn draaipoort draait naar een muur toe. Er is daarmee kans op beknellingsgevaar. Hoe lost men dit op ?
Antwoord: Indien de vrije ruimte tussen de openstaande poort en de muur kleiner is dan 50 cm plaatst de hekwerkfabrikant een fotocel om dit gebied te beveiligen. Deze sensor geeft een melding als er een persoon of voorwerp in het gebied staat en zal de aandrijving direct uitschakelen.

Wat moet de spijlenafstand van hekken zijn ?  
Antwoord: Een gebruikelijke spijlenafstand is 110 mm. Bij scholen en kinderdagverblijven wordt geadviseerd om te spijlenafstand op 84 mm aan te houden.